Slechts een kwart van het ICT-budget van de Belgische bedrijven wordt geïnvesteerd in innovatie, becijferde Market Probe voor SAP.

Gemiddeld besteden Belgische bedrijven slechts een kwart (24,6%) van hun ICT-budget aan nieuwe projecten, ongeacht de regio of de sector. Tegelijk zegt vier op de vijf bedrijven meer te willen investeren in innovatie de komende jaren. In Wallonië ligt dat cijfer zelfs nog iets hoger.

Maar waar zijn de budgetten? In alle afdelingen, niet alleen het ICT-departement dus. De innovatie gaat inderdaad verder dan de technologie alleen. Logisch. We stappen over van de eigendomseconomie op de gebruikseconomie. In de digitale transformatie primeert de timing op het voorwerp. En de gebruikswaarde primeert op de intrinsieke waarde. Men constateert ook dat de notie ROI vervaagt: onze bedrijven redeneren meer in opportuniteiten vs risico’s. En dus: welk risico zal ik nemen als ik niet investeer in een webshop als een nieuwe concurrent bezig is onze markt te ‘kidnappen’? Tot slot verdwijnt met het digitale de notie tijd en ruimte op de markten: men moet bereid zijn om de service eender waar en wanneer aan te bieden, constant verbonden zijn met zijn markt, en tegelijk waakzaam blijven over het meest geschikte moment en de meest wenselijke plek om de ‘positieve’ interacties te maximaliseren.

Terwijl de meeste bedrijven de intentie te hebben om te investeren in innovatie, vooral om hun concurrentiepositie te versterken, betrekken ze hier nog niet genoeg hun ICT-afdeling bij”, constateert Patrick Van Deven, Managing Director, SAP BeLux. “Globaal genomen zijn Belgische bedrijven innovatief, maar zijn ze minder betrokken bij hun eigen transformatie. Als men weet dat slechts een vierde van het ICT-budget wordt besteed aan nieuwe projecten, kan men stellen dat het grootste deel gaat naar het ‘zorgen dat de lichten blijven branden’, het behouden van de bestaande infrastructuur dus. Dat is een beetje weinig.

IT STIEFMOEDERLIJK BEHANDELD. Een IT-afdeling op de vijf meent dat het een leidende rol speelt in de definitie van de bedrijfsstrategie op het vlak van innovatie. Dat aantal ligt iets hoger in Vlaanderen (21,5%) dan in Brussel (19,2%) en in Wallonië (17,9%). Meer dan de helft van de ICT-departementen ziet zich eerder als ‘volger’ en als uitvoerder van een strategie die elders in het bedrijf is beslist.

De oorzaak: de notie innovatie. Die notie reikt ver. Te ver. Vandaar trouwens de issue van de verantwoordelijkheid. Het C-Level start innovatie-initatieven op, stuurt ze vaak aan. De CIO daarentegen is niet aan zet. In vier bedrijven op de vijf worden beslissingen in dit domein inderdaad genomen door het hogere kader of het managementteam. In Waalse bedrijven ziet men vaak een apart innovatiedepartement en een externe consultant die deelnemen aan het beslissingsproces op dat vlak. Het IT-departement zou nochtans een belangrijkere rol kunnen spelen in de innovatiestrategie van bedrijven.

Andere constatering: kmo’s zijn innovatiever. Dat verbaast Patrick Van Deven niet. . “Als kmo’s meer innoveren dan grote organisaties, is dat omdat ze flexibeler zijn, minder gebonden zijn aan operationele regels die de out-of-the-box creativiteit in de kiem smoren.”

INNOVEREN, JA. MAAR MET WELK DOEL? Eerste motivatie: kostverlaging – nog altijd. 60% van de bedrijven stelt dat ze willen innoveren om nieuwe markten te veroveren.

Op het vlak van digitale innovatie denken bedrijven in eerste instantie aan cloud computing. Daarna volgen mobiliteit, ERP, hardware-update en digitalisering van de processen. Bijna de helft van de Belgische bedrijven zegt cloud computing te gebruiken, hoewel er grote verschillen zijn tussen de regio’s: in Wallonië en Brussel is de cloud duidelijk meer geïntegreerd (60% van de bedrijven gebruikt het) dan in Vlaanderen (37%). Tot slot durft 37% van de Belgische bedrijven zelfs al de applicaties die strategisch zijn voor hun bedrijf in de cloud te doen draaien.

De Belgen zijn pragmatisch, vooral als het gaat over innovatie. Patrick Van Deven spreekt van voorzichtigheid. “Terwijl ze het potentieel zien van het digitale, hebben onze bedrijven soms de neiging om ervan weg te blijven omdat ze worden geconfronteerd met veiligheidsproblemen. Ze willen ook niet meer te intrusieve systemen of processen. Ik merk ook dat bedrijven er niet in slagen om de return goed in te schatten. Veel bedrijven zijn zich bijvoorbeeld bewust dat het internet of things eraan komt, maar kunnen de manieren niet vatten om hun investeringen te gelde te maken…”

HERUITVINDEN. Dat bewijst dat de digitale transformatie zich niet beperkt tot de technologie. Innoveren is voor bedrijven het heruitvinden van hun productaanbod, hun bedrijfsprocessen, hun businessmodel… en niet alleen het gewoon herdenken van hun technologieplatform. Anderzijds betekent heruitvinden niet noodzakelijk alles opnieuw opbouwen. Skype is een mooi voorbeeld met zijn gratis beldienst op basis van Voice over IP, pc’s en internetabonnementen. Alles was er al. Het geniale idee bestond eruit om een nieuwe service te bouwen op basis van deze middelen. Als zulke dingen gebeuren, is dat een teamprestatie. Door ICT-teams en andere afdelingen van het bedrijf samen te brengen, die weten wat er gebeurt in hun sector, en op grotere schaal, op de markt, ontstaan nieuwe ideeën.

Patrick Van Deven voegt er nog aan toe: “Bij SAP creëren we kansen om ideeën uit te wisselen door managers van eenzelfde sector, eenzelfde industrie samen te brengen. Doel is te spreken over innovatie en innovatie alleen. Dit soort initiatieven kent een groot succes. Iedereen wil leren van zijn collega’s. Dat is logisch. Maar er is meer: omdat iedereen voorvoelt dat er veranderingen aan komen, zijn deelnemers bereid hun ervaringen te delen. Vroeger hielden we informatie angstvallig voor ons, maar vandaag zijn we bereid ze te delen om zelf bij te leren. Ook op dat vlak merken we een revolutie!”